ECLI:NL:RBDHA:2022:12077
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over WIA-uitkering en IVA-uitkering bij arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkzaam als huishoudelijk hulp, is sinds 2014 arbeidsongeschikt door fibromyalgie en psychische klachten. Verweerder beëindigde haar WIA-uitkering per maart 2020 en weigerde een nieuwe toekenning per oktober 2020, waarop eiseres bezwaar maakte en beroep instelde.
De rechtbank benoemde deskundigen die een gecombineerd psychiatrisch verzekeringsgeneeskundig onderzoek uitvoerden. Op basis van hun rapporten verklaarde verweerder het bezwaar gegrond en zette de WIA-uitkering voort met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Eiseres vorderde daarnaast een IVA-uitkering wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid, wat verweerder en de deskundigen afwezen.
De rechtbank oordeelde dat het deskundigenrapport zorgvuldig en consistent was en dat eiseres onvoldoende medische onderbouwing leverde om af te wijken van het advies. De voorgestelde multidisciplinaire behandeling kan verbetering brengen, waardoor de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is. Het beroep tegen het laatste besluit werd ongegrond verklaard, maar de beroepen tegen eerdere besluiten gegrond, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten die de WIA-uitkering beëindigden en wijst het verzoek om een IVA-uitkering af wegens onvoldoende bewijs van duurzaamheid.