ECLI:NL:RBDHA:2022:12243
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag duofiets als maatwerkvoorziening Wmo wegens geen noodzakelijke participatievoorziening
Eisers, ouders van een minderjarige met een autismespectrumstoornis en verstandelijke beperking, vroegen het college van Zoetermeer om een duofiets als maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015. Het college wees de aanvraag af omdat er sprake was van een voorliggende voorziening en de duofiets geen noodzakelijke voorziening is om participatie mogelijk te maken.
De rechtbank overwoog dat het college het onderzoek zorgvuldig had uitgevoerd, met inachtneming van het CRvB-stappenplan, en voldoende informatie had verzameld over de hulpvraag en beperkingen van eiser. De beoordeling door een Wmo-consulent was passend, medische beoordeling was niet vereist.
Eisers stelden dat de duofiets nodig is voor zelfredzaamheid, participatie, motorische ontwikkeling en communicatie, en dat alternatieven zoals wandelen of vervoer per auto niet toereikend zijn. De rechtbank oordeelde dat de reeds aanwezige vervoersmiddelen en activiteiten, zoals leerlingenvervoer en wandelen, voldoende bijdragen aan participatie en zelfredzaamheid.
De rechtbank erkende het positieve effect van de duofiets op gezondheid en plezier, maar dit maakt de voorziening niet noodzakelijk in de zin van de Wmo. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er was geen proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan door rechter M. van Paridon op 31 oktober 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een duofiets als maatwerkvoorziening wordt ongegrond verklaard.