ECLI:NL:CRVB:2024:1394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij Wmo-voorziening
Appellant, bekend met een autismespectrumstoornis en verstandelijke beperking, vroeg een maatwerkvoorziening in de vorm van een duofiets op grond van de Wmo 2015. Het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer wees dit verzoek en het bezwaar af, waarna de rechtbank deze besluiten in stand hield.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij nog steeds behoefte heeft aan een vergelijkbare voorziening, maar inmiddels valt hij onder de Wet langdurige zorg (Wlz). Partijen spraken af gezamenlijk te onderzoeken of de Wlz een passende oplossing biedt. Appellant vorderde tevens immateriële schadevergoeding, vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskosten.
De Raad oordeelde dat appellant geen procesbelang heeft bij inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. De immateriële schade was onvoldoende concreet onderbouwd, de redelijke termijn was niet overschreden en proceskostenvergoeding is niet zelfstandig procesbelang. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.