Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres](eiseres), en hun zes minderjarige kinderen
Rechtbank Den Haag
Eisers, een gezin van Somalische nationaliteit met zes minderjarige kinderen, hebben een asielaanvraag ingediend in Nederland. De Staatssecretaris heeft deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eisers reeds internationale bescherming genieten in Roemenië. Eisers betwisten dit en voeren aan dat Roemenië zijn verplichtingen niet nakomt, onderbouwd met persoonlijke omstandigheden en het AIDA-rapport.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat het enkele feit dat de economische situatie in Roemenië slechter is dan in Nederland onvoldoende is om schending van artikel 3 EVRM Pro aan te nemen. Eisers zijn er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat zij in Roemenië te maken hebben met officiële onverschilligheid die leidt tot ernstige materiële deprivatie of onmenselijke behandeling.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie en het arrest Ibrahim van het Hof van Justitie van de EU, waarin is bepaald dat bijzondere kwetsbaarheid moet worden aangetoond. Hoewel er sprake is van medische problematiek binnen het gezin, is niet gebleken dat dit leidt tot een situatie die strijdig is met artikel 3 EVRM Pro. Eisers hebben onvoldoende inspanningen getoond om hun rechten in Roemenië te effectueren.
Daarom zijn de beroepen ongegrond verklaard en is de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en eisers worden opgedragen terug te keren naar Roemenië.