ECLI:NL:RVS:2019:442
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet-ontvankelijkheid asielaanvragen statushouders Roemenië
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluiten van 14 maart 2018 de asielaanvragen van twee vreemdelingen, die internationale bescherming hadden gekregen van de Roemeense autoriteiten, niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag verklaarde deze beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat de vreemdelingen een zodanige band met Roemenië hadden dat het redelijk was om daarheen terug te keren. Volgens vaste jurisprudentie is het verlenen van internationale bescherming door een EU-lidstaat voldoende om aan deze voorwaarde te voldoen.
Verder stelde de Afdeling vast dat de rechtbank onterecht had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met de opvang en financiële tegemoetkomingen die de vreemdelingen hadden ontvangen. De Afdeling vond dat de staatssecretaris terecht had aangenomen dat de situatie in Roemenië niet zodanig slecht is dat terugkeer in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen ongegrond verklaard.