ECLI:NL:RBDHA:2022:12300
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vervolguitkering Tozo wegens niet tijdige indiening
Eiser, een zelfstandig ondernemer, had op 17 april 2020 een Tozo 1-uitkering toegekend gekregen. Hij stelde op 18 juni 2020 een vervolguitkering (Tozo 2) te hebben aangevraagd, maar verweerder ontving deze aanvraag niet in zijn systemen. Na telefonisch en e-mailcontact in oktober 2020 werd een latere aanvraag als formele aanvraag aangemerkt en afgewezen wegens te late indiening.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij de aanvraag tijdig digitaal had ingediend, maar kon dit niet aantonen. De DigiD-gebruiksgeschiedenis toonde alleen succesvolle inlogpogingen, geen daadwerkelijke indiening van de aanvraag. De rechtbank oordeelde dat eiser niet had voldaan aan de indieningstermijn van 1 juni tot 1 oktober 2020.
De rechtbank vond dat het besluit om de aanvraag af te wijzen niet in strijd was met het evenredigheidsbeginsel, mede omdat eiser pas vier maanden na de vermeende indieningsdatum contact zocht. Ook de latere aanpassing van de Tozo-regeling was niet van toepassing op deze aanvraag.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening eerder af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Tozo 2-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige indiening.