ECLI:NL:RBDHA:2022:12316
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen terugkeerbesluit wegens ontbreken rechtmatig verblijf in Nederland
Eiser, een Indiase nationaliteit dragende vreemdeling, kreeg een terugkeerbesluit opgelegd omdat hij niet langer rechtmatig in Nederland verbleef en zich niet had gemeld na afloop van de vrije termijn. Eiser stelde dat hij procedureel rechtmatig verblijf had in Portugal vanwege een lopende verblijfsaanvraag en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar deze situatie en naar bijzondere omstandigheden zoals de ernstige ziekte van zijn verloofde in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat procedureel rechtmatig verblijf in Portugal niet voldoet aan de uitzonderingsbepaling van artikel 62a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat dit verblijf onzeker en tijdelijk van aard is en niet gelijkstaat aan een geldige verblijfsvergunning. De rechtbank zag daarom geen aanleiding tot nader onderzoek of het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Verder vond de rechtbank dat eiser tijdens het gehoor voldoende gelegenheid had gehad om zijn zienswijze naar voren te brengen en dat de door hem aangevoerde bijzondere omstandigheden onvoldoende gewicht hadden om het terugkeerbesluit te weerleggen. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.