Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van9 november 2022 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser(gemachtigde: G. Gieben),
de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
Zitting
[D] .
Beslissing
Overwegingen
16 september 2019) beter vergelijkbaar zijn als referentieobjecten. Daarnaast stelt eiser dat verweerder in strijd heeft gehandeld met artikel 40 van Pro de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) door niet alle gegevens die ten grondslag liggen aan de waarde tijdig voor het plaatsvinden van het hoorgesprek aan verweerder te verstrekken, niet inzichtelijk is gemaakt of en hoe de verkoopcijfers van de referentieobjecten zijn geïndexeerd en geen rekening is gehouden met de VvE-reserves die zijn opgenomen in een transactiesom van een appartementsrecht. Eiser heeft de stelling dat ten onrechte geen rekening is gehouden met de gedateerde voorzieningen van de woning ter zitting ingetrokken.
mr. A.C. van Essen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
9 november 2022.