ECLI:NL:HR:2022:1529
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in geschil over Wet waardering onroerende zaken
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam werd behandeld. De zaak betrof een verzoek om een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het Hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, aangezien de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam wordt bevestigd.