ECLI:NL:RBDHA:2022:12395
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Binnenlandse belastingplicht en persoonsgebonden aftrek bij piloot met verblijf in Spanje en Italië
Eiser, een piloot die in 2017 in Spanje en Italië woonde en werkte, werd door de Belastingdienst als binnenlands belastingplichtige aangemerkt. Hij voerde aan dat hij Nederland per 1 januari 2017 had verlaten en betwistte de hoogte van het inkomen uit werk en woning, met name de op Italiaanse loonstroken vermelde blockhours.
De rechtbank stelde vast dat eiser ondanks zijn verblijf in het buitenland een duurzame persoonlijke betrekking met Nederland onderhield, onder meer door inschrijving in het Basisregistratie Personen, bezit van Nederlandse bankrekeningen, leningen, auto's, en regelmatige aanwezigheid in Nederland. Hierdoor was de binnenlandse belastingplicht terecht vastgesteld.
Ten aanzien van het inkomen uit werk en woning oordeelde de rechtbank dat de blockhours niet als inkomen moesten worden meegeteld omdat deze een minimumbedrag betroffen dat niet het daadwerkelijke inkomen verhoogde. Hierdoor werd de persoonsgebonden aftrek verhoogd van €51.835 naar €56.664.
De rechtbank wees het beroep van eiser toe, vernietigde het bestreden besluit voor zover het de persoonsgebonden aftrek betrof, en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Standpunten over de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting bleven buiten beschouwing.
Uitkomst: Eiser is terecht als binnenlands belastingplichtige aangemerkt en de persoonsgebonden aftrek is verhoogd wegens onterecht meegerekende blockhours.