ECLI:NL:RBDHA:2022:12502
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging pandrecht en geldlening wegens paulianeus handelen in faillissement
De curator in het faillissement van [naam01] vordert vernietiging van een pandrecht en geldleningsovereenkomst gesloten met [naam02], schoonvader van de failliet, wegens paulianeus handelen. De overeenkomst en het pandrecht zijn gesloten na de faillissementsaanvraag en benadelen de gezamenlijke schuldeisers.
De rechtbank oordeelt dat de rechtshandeling onverplicht is, omdat geen wettelijke of contractuele verplichting bestond voor het aangaan van de lening en vestiging van het pandrecht. De curator toont aan dat er geen tegenprestatie was en dat sprake is van een rechtshandeling om niet, waardoor wetenschap van benadeling bij [naam02] niet vereist is.
De rechtbank verklaart de pandrechtvestiging en geldleningsovereenkomst buitengerechtelijk vernietigd. Hierdoor vervalt de titel voor inning van facturen door [naam02], die een bedrag van €10.320,69 onbevoegd heeft geïnd en dit aan de curator moet terugbetalen, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten. Daarnaast wordt [naam02] veroordeeld in beslag-, proces- en nakosten. De vordering in reconventie van [naam02] wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De pandrechtvestiging en geldleningsovereenkomst worden buitengerechtelijk vernietigd en [naam02] veroordeeld tot terugbetaling van €10.320,69 met rente en kosten.