ECLI:NL:RBDHA:2022:12509
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters rechtbank Den Haag wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen drie rechters van de rechtbank Den Haag, stellende dat zij vooringenomen waren vanwege het betrekken van de wederpartij als toehoorder en het stellen van kritische vragen over de kantonrechtersformule, die volgens verzoeker niet relevant was.
De wrakingskamer heeft het verzoek ontvankelijk verklaard, ondanks dat het niet direct na de zitting was ingediend, omdat verzoeker pas na de mondelinge behandeling het wrakingsprotocol kon bestuderen. De kamer oordeelde dat het wrakingsprotocol het uitnodigen van de wederpartij als toehoorder toestaat en dat het rechters vrijstaat kritische vragen te stellen om feiten te onderzoeken.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen sprake was van (de schijn van) vooringenomenheid of partijdigheid. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en het proces werd voortgezet zoals het was ten tijde van het verzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.