ECLI:NL:RBDHA:2022:12510
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in bestuursrechtelijke bezwaarprocedure
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken was bij de behandeling van zijn bezwaarzaak tegen het college van burgemeester en wethouders van Den Haag.
Het verzoek was gebaseerd op de stelling dat de rechter tijdens de mondelinge behandeling een standpunt in de hoofdzaak had ingenomen, waardoor haar onpartijdigheid in het geding zou zijn. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de criteria voor rechterlijke onpartijdigheid.
De kamer stelde vast dat het stellen van kritische vragen door de rechter over het al dan niet ondertekenen van het bezwaarschrift binnen haar bevoegdheid viel en niet kan worden aangemerkt als vooringenomenheid. Bovendien ontbrak feitelijke grondslag voor het aannemen dat de rechter een standpunt in de hoofdzaak had ingenomen.
Het wrakingsverzoek is daarom afgewezen. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan feitelijke grondslag en geen sprake van vooringenomenheid.