Verzoeker, een Britse burger geboren in 1958, verzocht de rechtbank om inschrijving van zijn buitenlandse geboorteakte in de Nederlandse registers, wijziging van zijn voornaam en aanpassing van de geslachtsvermelding in de geboorteakte.
De rechtbank stelde vast dat geen geboorteakte van verzoeker in Nederland was ingeschreven en dat de overgelegde buitenlandse geboorteakte voldeed aan de vereisten voor inschrijving. De rechtbank gelastte daarom de inschrijving van deze akte.
Met betrekking tot de voornaamswijziging oordeelde de rechtbank dat het Britse naamrecht van toepassing is en dat de gevraagde wijziging niet in strijd is met de Britse regels, waardoor het verzoek werd toegewezen.
Ten aanzien van de wijziging van de geslachtsvermelding, waarbij verzoeker zich identificeert als non-binair, erkende de rechtbank dat de huidige wetgeving dit niet expliciet toestaat. Desondanks woog het individuele belang van verzoeker zwaarder dan het algemene belang van strikte naleving van de wet en gelastte een latere vermelding in de geboorteakte dat het geslacht niet is kunnen worden vastgesteld.
Het verzoek tot inschrijving, voornaamswijziging en aanpassing van de geslachtsvermelding werd daarmee toegewezen, het overige werd afgewezen.