ECLI:NL:RBDHA:2022:12593

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 november 2022
Publicatiedatum
25 november 2022
Zaaknummer
NL22.19138
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 VwArt. 17 DublinverordeningVerordening (EU) 604/2013Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en leeftijdsschouw

Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris niet in behandeling is genomen omdat Italië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. Eiser betwist zijn meerderjarigheid en stelt dat hij in Italië ten onrechte als meerderjarig is geregistreerd. Hij voert aan dat hij in bewijsnood verkeert en dat de leeftijdsschouw onzorgvuldig is uitgevoerd.

De rechtbank oordeelt dat verweerder op grond van vaste jurisprudentie mag uitgaan van de juiste leeftijdsregistratie in Italië en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn geboortedatum onjuist is. De leeftijdsschouw door deskundige medewerkers bevestigde evident meerderjarigheid. Eiser heeft geen contra-expertise ingebracht en de rechtbank ziet geen reden om aan de deskundigheid van de medewerkers te twijfelen.

Ook het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië blijft van toepassing. Het door eiser aangevoerde AIDA-rapport en de stelling dat hij in Italië geen tolk had, zijn onvoldoende om dit te weerleggen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering op de overdracht aan Italië rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL22.19138
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser v-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. V. Senczuk),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R. Hopman).
Procesverloop
Bij besluit van 23 september 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 11 november 2022 op zitting behandeld in Breda. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum 1] 2005 dan wel op [geboortedatum 2] 2001 en de Eritrese nationaliteit te hebben. Hij heeft op 13 januari 2022 een asielaanvraag ingediend in Nederland.
2. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw1 niet in behandeling genomen. Volgens verweerder is Italië op grond van de Dublinverordening2 verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag. Uit Eurodac is gebleken dat eiser eerder in Italië een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. Nederland heeft daarom Italië verzocht eiser terug te nemen. Italië heeft dit verzoek aanvaard.
3. Eiser voert hiertegen aan dat verweerder ten onrechte van de meerderjarigheid van eiser uit is gegaan. Eiser stelt dat hij minderjarig is en dat hij in Italië ten onrechte als meerderjarig is aangemerkt. Eiser verkeert in bewijsnood om stukken te overleggen ter
1. Vreemdelingenwet 2000.
2 Verordening (EU) 604/2013.
onderbouwing van zijn leeftijd. Verweerder heeft nagelaten zorgvuldig en deskundig onderzoek te doen naar de leeftijd van eiser. Eiser verwijst ter onderbouwing naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Den Haag.3 Daarnaast mag verweerder ten aanzien van Italië niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaan. Ter onderbouwing hiervan wijst eiser op het AIDA4 rapport over Italië van 2021. Ook voert eiser aan dat hij geen tolk heeft gehad in Italië, hierdoor dient verweerder zijn asielaanvraag in behandeling te nemen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Leeftijdsbeoordeling
3.1 In beginsel mag verweerder op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling5 ervan uitgaan dat de leeftijdsregistratie in Italië juist en zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Het is vervolgens aan eiser om aannemelijk te maken dat zijn geregistreerde geboortedatum in Italië onjuist is. Eiser is hier niet in geslaagd.
3.2 Vaststaat dat eiser geen documenten heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn minderjarigheid. Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in bewijsnood verkeert. Dat eiser eenmalig contact heeft gehad met zijn familie over zijn identiteitspapieren is onvoldoende en niet nader onderbouwd. Niet is gebleken dat eiser andere pogingen heeft ondernomen om documenten te verkrijgen.
3.3 Uit paragraaf C1/2.1 van de Vc6, in samenhang met WI7 2018/19, volgt dat indien er sprake is van twijfel over de identiteit van de vreemdeling, hij bij aanmelding in Nederland een onderzoek krijgt naar zijn identiteit. Een onderdeel van dit onderzoek is de leeftijdsschouw. Een leeftijdsschouw kan bestaan uit een sessie met twee medewerkers van de AVIM en een sessie met een medewerker van de IND. Hierbij beoordelen de medewerkers afzonderlijk van elkaar of sprake is van evidente meerder- of minderjarigheid of dat sprake is van twijfel over de opgegeven leeftijd. Bij de schouw worden de uiterlijkheden, het gedrag en de verklaringen over leeftijd gerelateerde onderwerpen van eiser betrokken. Als beide partijen tot de conclusie komen dat twijfel bestaat over de leeftijd óf de conclusies van de AVIM en de IND niet gelijkluidend zijn, doet de staatssecretaris nader onderzoek in één of meer lidstaten. Ook volgt hieruit dat indien een vreemdeling in een lidstaat staat geregistreerd als meerderjarig, de leeftijd wordt aangepast naar meerderjarigheid.
3.4 Op 13 januari 2022 heeft een leeftijdsschouw door AVIM plaatsgevonden waarbij de verbalisanten unaniem hebben geconcludeerd dat eiser evident meerderjarig is.8 Op
3 september 2022 heeft de gehoorambtenaar tijdens het aanmeldgehoor AMV ook een leeftijdsschouw verricht en vastgesteld dat eiser evident meerderjarig is.9 Eiser trekt de

3.NL22.18895.

4 Asylum Information Database.
5 Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:392 en 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1888.
6 Vreemdelingencircula ire 2000.
7 Werkinstructie.
8 Pagina 4 en 5, proces-verbaal van verhoor.
9 Pagina 11 en 12, rapport aanmeldgehoor AMV.
deskundigheid van de medewerkers in twijfel, waardoor de leeftijdsschouw onzorgvuldig zou zijn uitgevoerd. Verweerder heeft op zitting gemotiveerd uitgelegd dat de medewerkers een specifieke opleiding van een gedragswetenschapper hebben gevolgd om te schouwen. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de deskundigheid of opleiding van deze medewerkers. Nu eiser geen contra-expertise heeft ingebracht ziet de rechtbank evenmin aanleiding om te twijfelen aan de conclusie van die medewerkers. Het beroep van eiser op de uitspraak10 van 1 november 2022 van deze rechtbank, zittingsplaats Den Haag, maakt dit niet anders. Immers, verweerder heeft op zitting voldoende gemotiveerd dat het in deze zaak gaat om de samenhang tussen de uiterlijke kenmerken en het gedrag van eiser. Deze factoren samen leiden ertoe dat er voor verweerder geen aanleiding is om te twijfelen aan de uitkomsten van het onderzoek.
3.5
Verweerder is dan ook terecht uitgegaan van de geboortedatum waarmee eiser in Italië staat geregistreerd.
Overdracht aan Italië
4.1
Verder mag verweerder in beginsel uitgaan van het interstatelijk vertrouwens- beginsel ten aanzien van Italië.11 Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat hier niet langer vanuit mag worden gegaan. Verweerder heeft niet ten onrechte gesteld dat eiser hier niet in is geslaagd. Eiser heeft weliswaar een rapport van AIDA over Italië van 2021 overgelegd ter onderbouwing van de problematiek in Italië. Verweerder heeft echter terecht gesteld dat dit rapport is betrokken bij de beoordeling van de Afdelingsuitspraak van
8 februari 2022.12 Niet is gebleken dat de omstandigheden in Italië sindsdien dusdanig zijn veranderd. Dat eiser geen tolk heeft gehad in Italië is verder niet onderbouwd. Indien eiser in Italië problemen in de asielprocedure ervaart, dan dient hij hierover eerst te klagen bij de Italiaanse autoriteiten. Niet is gebleken dat deze autoriteiten hem niet kunnen of willen helpen.
4.2
Verder heeft eiser geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die getuigen van kennelijke hardheid die maken dat verweerder de asielaanvraag aan zich had moeten trekken op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro. Niet is gebleken dat eiser bij terugkeer naar Italië een reëel risico loopt op een onmenselijke en/of vernederende behandeling. De overdracht aan Italië zal dan ook niet leiden tot onevenredige hardheid.
Conclusie
5.1
Het beroep is ongegrond.
5.2
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

10.NL22.18895.

11 Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:376.
12 Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:376.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A. Karsten-Badal, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Documentcode: DSR23296719
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.