Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.518,-.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, werd op 19 mei 2022 in bewaring gesteld door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege risico op onttrekking aan toezicht en belemmering van uitzetting.
Eiser voerde aan dat de staandehouding onrechtmatig was, dat de zware grond 3b onjuist was, dat een lichter middel had moeten worden toegepast en dat de aanvraag van een laissez-passer (LP) onzorgvuldig en te vroeg was gedaan. De rechtbank oordeelde dat de staandehouding rechtmatig was, de zware grond 3b feitelijk juist en voldoende gemotiveerd, en dat het risico op onttrekking aan toezicht en weigering tot medewerking aan terugkeer een lichter middel niet effectief maakte.
Hoewel de LP-aanvraag te vroeg was verstuurd, waardoor eiser in zijn belangen werd geschaad, woog dit niet op tegen het feit dat op het moment van bewaring al vaststond dat eiser geen recht had op bescherming. Daarom was de maatregel niet onrechtmatig.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Wel werd de Staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser wegens belangenafweging.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen, met een proceskostenvergoeding aan eiser.