Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling zonder verblijfsrecht, werd op 12 januari 2023 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat zijn staandehouding onrechtmatig was en dat verweerder onvoldoende voortvarend was met zijn uitzetting. De rechtbank overwoog dat op basis van het vertrekdossier een redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond, waardoor de staandehouding rechtmatig was.
Verweerder stelde dat de maatregel van bewaring noodzakelijk was vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou frustreren. De rechtbank oordeelde dat de zwaarste gronden, waaronder het niet opvolgen van vertrektermijnen en eerdere weigering om naar Italië te vertrekken, de maatregel konden dragen. Het beroep op andere gronden faalde.
Ten aanzien van de voortvarendheid van de uitzetting overwoog de rechtbank dat verweerder vanaf de uitspraak van afwijzing van het asielverzoek voldoende tijd had om de uitzetting voor te bereiden. De vlucht was geregeld binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de vereisten van de Nigeriaanse autoriteiten. De rechtbank verwierp het betoog dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast, omdat eiser onvoldoende medewerking verleende.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.