ECLI:NL:RBDHA:2022:12637
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel Frankrijk
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser betwist dit en stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toepasbaar is vanwege ontoereikende opvangvoorzieningen in Frankrijk en persoonlijke ervaringen van slechte opvang en medische zorg.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht van het interstatelijk vertrouwensbeginsel is uitgegaan. De verwijzingen van eiser naar het AIDA-rapport en een Duitse uitspraak zijn onvoldoende om het vertrouwen in de Franse opvang te ondermijnen. De rechtbank benadrukt dat de Raad van State recentelijk nog bevestigde dat het vertrouwensbeginsel geldt. Ook de persoonlijke situatie van eiser, waaronder tijdelijke dakloosheid na afloop van de procedure en medische zorg in Frankrijk, leidt niet tot een andere conclusie.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Frankrijk verantwoordelijk is en het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.