ECLI:NL:RBDHA:2022:12649
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen bestuurlijke dwangsom bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 12 november 2021. Verweerder heeft de aanvraag uiteindelijk op 28 juni 2022 ingewilligd, maar stelde dat geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd waren. De rechtbank overweegt dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND de toepassing van de artikelen 4:17 tot en met 4:19 en 8:55c van de Awb op asielaanvragen uitsluit, waardoor eiser geen recht heeft op bestuurlijke dwangsommen.
Eiser betoogt dat deze uitsluiting strijdig is met het Unierecht, met name het gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie en concludeert dat in dit geval geen strijd met het Unierecht bestaat omdat er geen vergelijkbare nationaalrechtelijke procedures zijn. Hierdoor ontbreekt het procesbelang van eiser om het beroep voort te zetten.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ter hoogte van €379,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet opleggen van een bestuurlijke dwangsom bij de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.