ECLI:NL:RBDHA:2022:12680
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument wegens schijnhuwelijk en ontbreken inschrijvingsverklaring
Eiser, van Albanese nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument op grond van zijn huwelijk met een Unieburger. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat sprake werd geacht van een schijnhuwelijk en omdat aan de referente geen verklaring van inschrijving was afgegeven.
Eiser voerde aan dat het recht om bij zijn echtgenote te wonen een declaratoir recht is en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de aard van hun relatie. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een verklaring van inschrijving terecht was meegewogen en dat de motivering van verweerder omtrent het schijnhuwelijk voldoende was. Het beroep bevatte geen nieuwe, voldoende gemotiveerde argumenten.
Daarnaast stelde eiser dat hij had moeten worden gehoord in bezwaar, maar de rechtbank stelde vast dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat verweerder daarom terecht van het horen kon afzien. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument wegens schijnhuwelijk en ontbreken van een inschrijvingsverklaring is ongegrond verklaard.