Uitspraak
Rechtbank den haag
C/09/622904 / KG ZA 21/1257
Rechtbank Den Haag
ZFD en Mercari hebben beiden een koopovereenkomst gesloten met dezelfde verkoper voor hetzelfde appartementsrecht. ZFD sloot haar overeenkomst in 2018, Mercari in 2021. ZFD vordert levering van het appartement en opheffing van het conservatoire beslag dat Mercari heeft gelegd.
De rechtbank stelt vast dat de koopovereenkomst tussen ZFD en de verkoper niet is ontbonden, ondanks het uitstel van levering vanwege privéomstandigheden van de verkoper. Mercari heeft onvoldoende onderbouwing gegeven voor haar stelling dat de overeenkomst ontbonden zou zijn. De rechtbank oordeelt dat het oudste recht op levering, dat van ZFD, prevaleert volgens artikel 3:298 BW Pro.
Mercari betoogt dat op grond van redelijkheid en billijkheid het jongere recht van Mercari zou moeten prevaleren vanwege haar aanbetaling en financieel nadeel. De rechtbank wijst dit af omdat het verschil in financiële belangen tussen professionele partijen geen reden is voor afwijking van de hoofdregel.
De rechtbank beveelt de verkoper om uiterlijk 1 maart 2022 mee te werken aan levering aan ZFD en bepaalt dat het vonnis in de plaats treedt van diens handtekening indien medewerking uitblijft. Tevens wordt het conservatoire beslag van Mercari opgeheven. De vorderingen van Mercari jegens de verkoper worden afgewezen wegens gebrek aan belang. De kosten worden verdeeld conform het vonnis.
Uitkomst: De verkoper wordt veroordeeld tot levering aan ZFD, met opheffing van het conservatoire beslag van Mercari.