ECLI:NL:RBDHA:2022:12705
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag na inwilliging
Eiseres stelde beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 15 oktober 2021. Nadat verweerder de aanvraag op 24 juni 2022 had ingewilligd, handhaafde eiseres het beroep. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet-tijdig beslissen daarmee zijn belang verloor en daarom niet-ontvankelijk was.
Eiseres verzocht tevens om rechterlijke en bestuurlijke dwangsommen en vergoeding van proceskosten. De rechtbank zag geen aanleiding voor dwangsommen omdat het besluit was genomen. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit toepassing van bestuurlijke dwangsommen uit bij asielaanvragen. Eiseres stelde dat deze wet in strijd is met het Unierecht, maar de rechtbank volgde eerdere jurisprudentie en oordeelde dat de wet niet in strijd is met het gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel.
De rechtbank concludeerde dat eiseres met het beroep niet kan bereiken wat zij wil en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Wel veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van proceskosten van €379,50 wegens het niet-tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €379,50.