Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
- verzoekster;
- de wederpartij in de hoofdzaak;
- de rechter.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M.E. Kiers, rechter in de rechtbank Den Haag, naar aanleiding van het handelen van de rechter tijdens een mondelinge behandeling op 8 augustus 2022.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek te laat was ingediend, namelijk vijf weken na het moment waarop verzoekster bekend was met de wrakingsgronden. De wet vereist dat wrakingsverzoeken zo spoedig mogelijk na het bekend worden van de gronden worden ingediend om onnodige vertraging te voorkomen en de onpartijdigheid van de rechter te waarborgen.
Verzoekster gaf aan dat zij niet direct op het idee kwam te wraken en pas recent had vernomen dat ook na de zitting nog een wrakingsverzoek kon worden ingediend. Deze verklaring werd niet als voldoende geaccepteerd, omdat de indiening alsnog niet tijdig was.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek dan ook niet-ontvankelijk en bepaalde dat de hoofdprocedure wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder geldige reden.