Eiser, werkzaam als voorman interieurverzorger, meldde zich ziek met schouderklachten na een val. Hij vroeg een WIA-uitkering aan, waarbij een verzekeringsarts vaststelde dat hij volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt was. De arbeidsdeskundige concludeerde dat eiser geen resterende verdiencapaciteit had. Verweerder wees het bezwaar van eiser tegen de toekenning van een WGA-uitkering af, onder verwijzing naar een rapport van de verzekeringsarts b&b.
Eiser stelde dat hij recht had op een IVA-uitkering wegens duurzame arbeidsongeschiktheid, onderbouwd met medische informatie over meerdere operaties en langdurige klachten. De rechtbank beoordeelde dat de verzekeringsarts b&b onvoldoende concrete en deugdelijke afweging had gemaakt van de feiten en omstandigheden, met name ten aanzien van de effectiviteit van de behandelingen en operaties die eiser al had ondergaan.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit wegens gebrekkige motivering vernietigd moest worden en verweerder binnen acht weken een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht van eiser.