Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, verblijft sinds 1991 in Nederland zonder rechtmatige verblijfsvergunning. Na meerdere eerdere afwijzingen vroeg zij in 2020 een verblijfsvergunning aan op grond van privéleven conform artikel 8 EVRM Pro. Verweerder wees de aanvraag af wegens ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en onvoldoende medische gronden voor vrijstelling van het mvv-vereiste.
De rechtbank overwoog dat eiseres geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie heeft met haar meerderjarige dochter, moeder of zus, en dat haar banden met Nederland beperkt zijn tot familie. Het Bureau Medische Advisering concludeerde dat haar psychische klachten geen medische noodsituatie vormen die vrijstelling rechtvaardigen. De rechtbank vond de belangenafweging van verweerder een 'fair balance' tussen het privéleven van eiseres en het Nederlandse toelatingsbeleid.
Eiseres voerde aan dat de lange verblijfsduur en haar kwetsbaarheid onvoldoende werden meegewogen en dat zij onterecht niet is gehoord. De rechtbank oordeelde dat het afzien van een hoorzitting gegrond was en dat de hardheidsclausule niet van toepassing is. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.