Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 december 2022 in de zaak tussen
[eiseres] BV, te [vestigingsplaats] , eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
€ 2.042,85 aan eiseres.
Beslissing
- vernietigt het bestreden besluit;
Rechtbank Den Haag
Betrokkene, ex-werknemer van eiseres, was sinds 7 maart 2016 arbeidsongeschikt en ontving een WGA-uitkering. Het UWV besloot op 20 augustus 2019 dat de mate van arbeidsongeschiktheid niet wijzigde en verklaarde het bezwaar van eiseres ongegrond. Eiseres stelde dat betrokkene recht had op een IVA-uitkering wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende had onderbouwd dat er op lange termijn een meer dan geringe kans op herstel van functionele mogelijkheden bestond. De medische rapporten toonden aan dat de intensieve behandelingen niet tot herstel hadden geleid en dat er sprake was van structurele kwetsbaarheid en beperkte sociale actieradius.
De rechtbank stelde vast dat het UWV had moeten nagaan wat de behandelaar precies verwachtte van de herstelkansen en dat de verstrekte informatie onvoldoende was. Gelet op de omstandigheden was er sprake van duurzame arbeidsongeschiktheid per datum in geding. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, waarbij zij bepaalt dat betrokkene recht heeft op een IVA-uitkering vanaf 20 augustus 2019.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank het UWV tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, inclusief de kosten van de ingeschakelde deskundige.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit van het UWV en kent betrokkene met ingang van 20 augustus 2019 een IVA-uitkering toe wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.