Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 december 2022 in de zaak tussen
de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder
Vereniging [derde-partij] ( [derde-partij] ), te [vestigingsplaats 2]
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde drie beroepen van een vereniging tegen besluiten van de minister van Economische Zaken en Klimaat betreffende subsidies en openbaarmaking van documenten. Na het instellen van de beroepen is de vereniging ontbonden en uitgeschreven uit het Handelsregister, waarbij geen baten meer aanwezig waren en de vereffening niet heeft plaatsgevonden.
De vereffenaar stelde dat het ontbindingsbesluit op dwaling berustte en dat er procesbelang bestond vanwege een nieuw opgerichte vereniging die de activa en passiva van de oude vereniging had overgenomen. Verweerder betoogde dat de ontbinding rechtsgeldig was en dat de vereniging niet meer bestond, waardoor het procesbelang was vervallen.
De rechtbank oordeelde dat de ontbinding rechtsgeldig was en dat de vereniging niet meer voortbestond, ook niet op grond van artikel 2:19, vijfde lid, BW. Een verzoek tot heropening van de vereffening was niet gedaan. Het procesbelang was daarmee komen te vervallen en de beroepen werden niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank verwierp het betoog dat het procesbelang zou kunnen liggen in een toekomstig verzoek tot heropening van de vereffening.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Kleijn op 5 december 2022.
Uitkomst: De beroepen van de ontbonden vereniging zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens verval van procesbelang.