Rubicon River B.V. had beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat waarbij een subsidie werd vastgesteld op nihil en een voorschot werd teruggevorderd. Na het instellen van het beroep is de vennootschap per 1 mei 2017 ontbonden wegens gebrek aan baten en uit het Handelsregister uitgeschreven.
Het College heeft ambtshalve vastgesteld dat de BV op het moment van ontbinding geen baten meer had en daardoor ingevolge het Burgerlijk Wetboek is opgehouden te bestaan. Er is geen verzoek tot heropening van de vereffening gedaan. Hierdoor is het procesbelang van de BV komen te vervallen.
Op grond hiervan heeft het College het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 19 maart 2018.