ECLI:NL:RBDHA:2022:13091
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens ROW-correctie tuingrond vernietigd
Eiser kocht in 2014 een woonhuis en aangrenzende tuingrond voor respectievelijk €400.000 en €200.000. In 2016 verkocht eiser de tuingrond voor €900.000, maar gaf dit voordeel van €700.000 niet aan in zijn aangifte inkomstenbelasting 2016. Verweerder legde daarop een navorderingsaanslag op met een ROW-correctie van €700.000, een vergrijpboete en belastingrente.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een nieuw feit, omdat verweerder pas in 2019 op de hoogte kwam van het voordeel uit de verkoop. De navorderingsaanslag is dus niet onrechtmatig wegens het ontbreken van een nieuw feit. Echter, de rechtbank stelt dat verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat het voordeel belastbaar is als resultaat uit overige werkzaamheden. Eiser had geen intentie noch kennis om de tuingrond met winst te verkopen en de activiteiten van een adviseur waren gericht op privégebruik, niet op waardevermeerdering.
Daarom vernietigt de rechtbank de navorderingsaanslag, de vergrijpboete en de belastingrente. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van eiser. Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De navorderingsaanslag, vergrijpboete en belastingrente worden vernietigd en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.