ECLI:NL:RBDHA:2022:13141
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag militair wegens wangedrag na drugsgerelateerde verdenkingen bevestigd
Eiser, een militair sinds 1980, werd bij Koninklijk Besluit van 19 juni 2018 ontslagen wegens wangedrag, aanvankelijk beschuldigd van gewoontewitwassen en hennepteelt. Na vrijspraak in hoger beroep voor witwassen handhaafde verweerder het ontslag op grond van het zich inlaten met drugs.
Eiser betwist de beschuldigingen en beroept zich op de onschuldpresumptie, verwijzend naar de strafrechtelijke vrijspraak. Hij gaf uitgebreide verklaringen die de aanwezigheid van een hennepplantage ontkrachten en stelde dat de waargenomen feiten anders te verklaren zijn. Verweerder baseert zijn oordeel op het proces-verbaal van gespecialiseerde opsporingsambtenaren en andere omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat het ontslagbesluit een ander verwijt bevat dan de strafzaak, waardoor de onschuldpresumptie niet wordt geschonden. De rechtbank acht de door verweerder vastgestelde feiten voldoende om te concluderen dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan het zich inlaten met drugs. Het ontslag wordt niet als onevenredig beschouwd gezien het zero-tolerance beleid en het belang van integriteit binnen Defensie.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslag wegens wangedrag wordt ongegrond verklaard.