ECLI:NL:RBDHA:2022:13272
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en verblijf bij partner in Nederland na huwelijk met Turks-Nederlandse vrouw
Eiser, een Marokkaanse man geboren in 1988, diende op 19 december 2021 een asielaanvraag in met het argument dat hij Marokko had verlaten vanwege onbetaalbare medische kosten gerelateerd aan een blessure opgelopen tijdens zijn werk bij defensie. Op 24 oktober 2022 trouwde hij met een Turks-Nederlandse vrouw en verzocht hij om een verblijfsvergunning.
Verweerder wees de asielaanvraag af als kennelijk ongegrond, oordelend dat Marokko als veilig land kan worden aangemerkt en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk gevaar loopt. Tevens werd een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Eiser stelde in beroep dat Marokko niet als veilig land kan worden beschouwd en dat hem ten onrechte geen verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro werd toegekend, mede gelet op zijn huwelijk.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet had aangetoond dat Marokko voor hem onveilig is en dat de medische problemen niet onder het Vluchtelingenverdrag of EVRM vallen. De ambtshalve toetsing van artikel 8 EVRM Pro bij asielaanvragen ziet niet op reguliere verblijfsvergunningen voor verblijf bij een partner, noch op rechten uit artikel 13 van Pro Besluit 1/80. Het huwelijk tijdens de procedure kan niet leiden tot een verblijfsrecht, omdat eiser niet vooruit kon lopen op de uitkomst van de asielprocedure.
De rechtbank bevestigde dat het terugkeerbesluit en het inreisverbod terecht zijn opgelegd en dat er geen strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het opleggen van het terugkeerbesluit en inreisverbod wordt ongegrond verklaard.