ECLI:NL:RBDHA:2022:13400

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 december 2022
Publicatiedatum
13 december 2022
Zaaknummer
NL22.24181
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 5.1b derde lid VbArt. 5.1b vierde lid VbVreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak wegens risico op ontduiking toezicht

Eiser, een Pakistaanse nationaliteit hebbende vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen een maatregel van bewaring die op 26 november 2022 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is opgelegd. De maatregel is gebaseerd op het risico dat eiser zich aan toezicht zal onttrekken en de uitzettingsprocedure zal ontwijken. De rechtbank heeft het beroep op 7 december 2022 behandeld.

De asielaanvraag van eiser was eerder afgewezen en hij heeft geen rechtsmiddel aangewend tegen die uitspraak, waardoor hij momenteel geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft. De staatssecretaris heeft zware gronden aangevoerd, waaronder het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen van Nederland, het niet naleven van een terugkeerbesluit en onvoldoende medewerking aan het vaststellen van identiteit. Eiser heeft deze gronden niet betwist.

Eiser stelde dat een lichter middel passend zou zijn om zijn uitzetting vanuit de vrijheidsbeperkende locatie Ter Apel af te wachten. De staatssecretaris heeft echter gemotiveerd dat een lichter middel niet doeltreffend is gezien het risico op ontduiking en de weigering van eiser om mee te werken. Ook het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn is voldoende aanwezig, ondanks vertragingen door het niet bevestigen van de nationaliteit door de Pakistaanse autoriteiten.

De rechtbank oordeelt dat de maatregel van bewaring terecht is opgelegd en dat het beroep ongegrond is. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.24181

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. M.M.E. Disselkamp).

Procesverloop

Bij besluit van 26 november 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 7 december 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. A.K.E. van den Heuvel, als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen T.M. Butt. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Pakistaanse nationaliteit te hebben.
Maatregel van bewaring
2. Eisers asielaanvraag is op 20 oktober 2022 afgewezen als kennelijk ongegrond. Het door eiser daartegen ingestelde beroep is bij uitspraak van 25 november 2022 ongegrond verklaard. [2] Eiser heeft vooralsnog geen rechtsmiddel aangewend tegen deze uitspraak, wat bekent dat eiser momenteel geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Verweerder was op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw dan ook bevoegd tot het opleggen van de maatregel.
3. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Verweerder heeft als zware gronden [3] vermeld dat eiser:
- 3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;- 3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;- 3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;- 3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;
en als lichte gronden [4] vermeld dat eiser:
- 4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;- 4b. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;- 4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft.
4. Eiser heeft de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd in beroep niet betwist.
5. Verweerder heeft terecht de zware gronden 3a en 3c aan de maatregel van bewaring ten grondslag gelegd. Eiser heeft verklaard niet te beschikken over een paspoort. [5] Verder is eiser op de hoogte van het aan hem bij besluit van 26 april 2022 opgelegde terugkeerbesluit, maar heeft hier geen gehoor aan gegeven. Deze zware gronden zijn voldoende om de maatregel van bewaring te kunnen dragen.
Lichter middel
6. Eiser stelt dat verweerder een lichter middel dient toe te passen zodat hij zijn uitzetting vanuit de VBL [6] Ter Apel kan afwachten.
7. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat niet is gebleken dat een lichter middel, gelet op het risico dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken, in dit geval doeltreffend is toe te passen. Daarbij is ook van belang dat eiser meermaals heeft verklaard niet bereid te zijn om mee te werken aan zijn uitzetting. Verweerder heeft eveneens voldoende gemotiveerd dat niet is gebleken van omstandigheden die detentie voor eiser onredelijk bezwarend maken.
Voortvarendheid en zicht op uitzetting
8. Eiser stelt dat geen sprake is van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat verweerder van meet af aan onvoldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser. Op 4 november 2022 is bericht ontvangen van de Pakistaanse autoriteiten dat de nationaliteit van eiser niet is bevestigd naar aanleiding van de schriftelijke LP [7] -aanvraag. Dat verweerder daarna een nieuwe LP-aanvraag met vingerslips heeft gedaan heeft volgens eiser geen nut. Eiser vraagt zich af waarom verweerder deze aanvraag niet eerder heeft gedaan. Uit de stukken blijkt ook verder niet dat nog navraag naar de nieuwe LP aanvraag is gedaan, aldus eiser.
9. Verweerder kon niet op voorhand weten dat de schriftelijke LP-aanvraag geen resultaat zou opleveren. Nu het op deze wijze niet is gelukt, mag verweerder de mogelijkheid niet worden ontzegd om het via vingerslips te proberen. Dit maakt dat niet dat geen sprake meer is van zicht op uitzetting. De rechtbank ziet verder geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder hier onvoldoende voortvarend aan werkt. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verweerder ook afhankelijk is van de medewerking van de Pakistaanse autoriteiten.
10. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Rechtbank Den Haag, zaaknummers NL22.21927 en NL22.21928 (niet gepubliceerd).
3.Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).
4.Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.
5.Proces-verbaal van gehoor van 25 november 2022 (M110), pagina 4 van 5.
6.Vrijheidsbeperkende locatie.
7.Laissez-passer.