Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Pakistaanse vreemdeling, is op 26 november 2022 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank had de maatregel reeds eerder getoetst en achtte deze toen rechtmatig.
In dit vervolgberoep stond centraal of sinds het sluiten van het eerdere onderzoek de maatregel nog steeds rechtmatig was. Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde bij de uitzetting, met name vanwege het ontbreken van een rappel bij de Pakistaanse autoriteiten na een nieuwe laissez-passer aanvraag.
De rechtbank oordeelde dat verweerder wel degelijk actief werkt aan de uitzetting, onder meer door een vertrekgesprek met eiser en navraag bij de Directie Internationale Aangelegenheden. Gezien de korte tijd sinds de nieuwe aanvraag en afhankelijkheid van Pakistaanse autoriteiten is er nog zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De ambtshalve toetsing van de rechtmatigheid van de maatregel leverde geen onrechtmatigheid op. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.