ECLI:NL:RBDHA:2022:13533
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij bestuurlijke dwangsom asielaanvraag
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 20 augustus 2021. Verweerder verleende op 6 mei 2022 alsnog een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht tot de datum van aanvraag. Eiser handhaafde zijn beroep omdat verweerder geen bestuurlijke dwangsom had vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen geen procesbelang meer heeft omdat de aanvraag is ingewilligd. De vraag of eiser in beroep kan tegen de vaststelling dat geen dwangsom verschuldigd is, wordt beantwoord met verwijzing naar de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, die uitsluit dat de artikelen over bestuurlijke dwangsommen van de Awb op asielaanvragen van toepassing zijn.
Hoewel eiser zich beroept op een eerdere uitspraak waarin deze uitsluiting in strijd werd geacht met het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel, volgt de rechtbank de recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelt dat er geen vergelijkbare nationale procedures zijn en dat de regeling niet in strijd is met het gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel.
Daarom ontbreekt het procesbelang voor het beroep tegen het niet vaststellen van een dwangsom. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard. Wel veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser wegens het instellen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.