Eiser heeft op 31 mei 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag, die op 25 september 2021 was ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden was op 25 maart 2022 verstreken zonder dat verweerder een besluit had genomen. Eiser stelde verweerder op 10 april 2022 rechtsgeldig in gebreke, waarna het beroep werd ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en verklaart het beroep gegrond. De rechtbank verwijst naar het 8+8 weken model van de Afdeling bestuursrechtspraak, waarbij acht weken worden gegeven voor een eventueel aanvullend gehoor en acht weken voor het nemen van een besluit. Omdat eiser al op 29 oktober 2021 een aanmeldgehoor heeft gehad en geen aanvullend gehoor nodig is, wordt verweerder opgedragen binnen acht weken na verzending van deze uitspraak een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor iedere dag dat verweerder in gebreke blijft dit besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €379,50. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier S.C. Spruijt en is zonder zitting gewezen.