ECLI:NL:RBDHA:2022:13538
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser diende op 10 oktober 2021 een asielaanvraag in waarop verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van zes maanden had beslist. Eiser stelde verweerder op 18 mei 2022 rechtsgeldig in gebreke en diende vervolgens op 2 juni 2022 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank constateert dat verweerder geen gebruik heeft gemaakt van verlengingsmogelijkheden en dat de beslistermijn op 10 april 2022 was verstreken zonder besluit. Het beroep is gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.
De rechtbank draagt verweerder op binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor iedere dag dat verweerder in gebreke blijft. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €379,50.
De rechtbank verwijst naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak die het toepassingsgebied van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND beperkt en bevestigt dat rechterlijke dwangsommen ook in asielprocedures kunnen worden opgelegd.
De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd en een dwangsom van €100 per dag wordt opgelegd met een maximum van €7.500.