ECLI:NL:RBDHA:2022:13540
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met rechterlijke dwangsom opgelegd
Eiser diende op 5 november 2021 een asielaanvraag in. De wettelijke beslistermijn van zes maanden, die uiterlijk op 5 mei 2022 afliep, werd niet nageleefd door verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke op 16 mei 2022 en diende vervolgens op 31 mei 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat verweerder geen besluit heeft genomen binnen de wettelijke termijn en ook geen verlenging heeft aangevraagd. De rechtbank vernietigt het met een besluit gelijkgestelde niet tijdig nemen van een besluit en draagt verweerder op binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag, met een maximum van €7.500, voor elke dag dat verweerder in gebreke blijft. De rechtbank baseert zich hierbij op recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en overweegt dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND onverbindend is voor zover deze dwangsommen uitsluit.
Tot slot veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €379,50, vanwege de beperkte aard van het beroep dat enkel ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd, en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.