ECLI:NL:RBDHA:2022:13546
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Dublinprocedure wegens gebruik niet-registertolk en zorgvuldigheidsgebrek
Eiseres, een Ugandese asielzoekster, diende een asielaanvraag in Nederland in, die werd afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. De rechtbank oordeelde dat eiseres procesbelang had, ondanks de stelling van verweerder dat zij met onbekende bestemming uit de opvang was vertrokken, omdat deze stelling niet tijdig en onderbouwd was ingebracht.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door een tijdig ingediende zienswijze niet te betrekken in het besluit, omdat deze per e-mail was ingediend in plaats van via de voorgeschreven fax of postbus. Dit werd echter niet als voldoende grond voor vernietiging gezien. Wel werd geoordeeld dat het gebruik van een niet-registertolk tijdens het aanmeldgehoor onzorgvuldig was, omdat verweerder niet had onderbouwd waarom een beëdigde tolk niet beschikbaar was en geen afweging had gemaakt om het gehoor uit te stellen.
Eiseres voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Duitsland niet kon worden aangenomen vanwege gebrekkige opvang en medische kwetsbaarheid, maar zij onderbouwde dit niet met bewijs. De rechtbank verwierp deze grond en stelde dat verweerder mocht uitgaan van het vertrouwensbeginsel.
Gelet op het gebrek rond de tolk, verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat eiseres de niet-registertolk goed had verstaan. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.