ECLI:NL:RBDHA:2022:13567
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na inwilliging asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Nadat verweerder de aanvraag alsnog heeft ingewilligd, handhaafde eiser het beroep. De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen daarmee zijn doel heeft verloren en eiser geen procesbelang meer heeft.
Daarnaast is besproken of eiser beroep kan instellen tegen de vaststelling dat geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd zijn. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit de toepassing van bepaalde Awb-artikelen uit voor asielaanvragen. Eiser betoogt dat deze wet strijdig is met het Unierecht, verwijzend naar eerdere uitspraken van rechtbanken en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank volgt de lijn dat het uitsluiten van bestuurlijke dwangsommen niet leidt tot onverenigbaarheid met het Unierecht, mede omdat rechterlijke dwangsommen nog mogelijk zijn. Gelet hierop ontbreekt ook voor dit onderdeel het procesbelang. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Tot slot veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser vanwege het niet tijdig beslissen. De kosten worden vastgesteld op €379,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de lichte wegingsfactor.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.