ECLI:NL:RBDHA:2022:13733
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over ontslag wegens weigering WIA-aanvraag en dienstopdracht
Eiseres was sinds 2008 in dienst bij de gemeente Westland en meldde zich vanaf maart 2013 ziek, volledig arbeidsongeschikt vanaf december 2013. Verweerder staakte in 2015 haar bezoldiging vanwege het niet aanvragen van een WIA-uitkering en gaf een dienstopdracht om te verschijnen bij een externe bedrijfsarts. Uiteindelijk werd zij primair ontslagen op grond van artikel 8:5a, eerste lid, CAR/UWO wegens weigering een WIA-uitkering aan te vragen.
Eiseres voerde aan dat zij niet verplicht was een WIA-uitkering aan te vragen, dat de gemeente onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht en dat het ontslag onterecht was omdat het vereiste UWV-advies ontbrak. Zij stelde ook dat zij slachtoffer was van een proces om haar uit te werken en dat de externe bedrijfsarts niet objectief was.
De rechtbank oordeelde dat het stopzetten van de bezoldiging terecht was omdat eiseres geen WIA-uitkering had aangevraagd en dat de dienstopdracht redelijk was gegeven. Het ontbreken van het UWV-advies werd verklaard doordat het UWV deze dienst niet verleent en een extern deskundige mocht worden geraadpleegd. De beroepen werden ongegrond verklaard, waarbij de rechtbank ook oordeelde dat eiseres geen deugdelijke grond had om geen WIA-aanvraag te doen en dat het ontslag op grond van artikel 8:5a CAR/UWO gerechtvaardigd was.
Uitkomst: De beroepen van eiseres tegen het stopzetten van haar bezoldiging, de dienstopdracht en het ontslag worden ongegrond verklaard.