Uitspraak
1.ECLI:NL:RVS:2021:1155.
2.ECLI:NL:RVS:2021:1155.
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit 1 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen bestreden besluit 2 ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, betwistte dat het terugkeerbesluit van 3 januari 2017 ten grondslag kon liggen aan de maatregel van bewaring van 11 november 2022, omdat het land van terugkeer niet expliciet in het besluit stond vermeld. De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit in rechte vaststaat en dat uit de motivering blijkt dat eiser naar Marokko moet terugkeren, waardoor het besluit als grondslag voor bewaring kan dienen.
Eiser voerde aan dat er geen vreemdelingenrechtelijke aanleiding was voor zijn staandehouding, maar de rechtbank stelde vast dat de staandehouding op een geldige melding was gebaseerd en dat eiser onrechtmatig in Nederland verbleef. De rechtbank oordeelde dat er voldoende gronden waren voor onttrekkingsgevaar, ondanks dat eiser al lange tijd op hetzelfde adres woonde en zijn kinderen en ouders in Nederland heeft.
Het beroep van eiser dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden opgelegd, werd verworpen. De rechtbank vond de motivering van verweerder voldoende en stelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat een lichter middel tot vertrek zou leiden. Ook het argument dat er geen zicht op uitzetting zou zijn, werd verworpen omdat de situatie sinds 2019 is veranderd en er nu wel zicht is op uitzetting naar Marokko.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen de maatregel van bewaring ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk en het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard.