ECLI:NL:RBDHA:2022:13843
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Oplegging last onder dwangsom wegens onvergunde onzelfstandige bewoning in goedkope woonsegment
De zaak betreft een last onder dwangsom opgelegd aan de eigenaar van een woning in Den Haag vanwege onvergunde onzelfstandige bewoning door drie huursters. De woning valt in het goedkope segment, waarvoor een vergunningplicht geldt voor omzetting van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte voor drie of meer personen.
De drie huursters, studenten uit Slovenië, huurden de woning vanaf augustus 2021. Verweerder stelde vast dat sprake was van onzelfstandige bewoning omdat de kamers geen eigen toegang hadden en voorzieningen als douche en toilet gedeeld werden. De huursters voerden aan dat zij een duurzame gemeenschappelijke huishouding vormden, wat de rechtbank niet volgde.
De rechtbank verklaarde het beroep van de huursters niet-ontvankelijk omdat zij geen bezwaar hadden gemaakt tegen het primaire besluit. Het beroep van de eigenaar werd inhoudelijk behandeld en ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat de vergunningplicht noodzakelijk en geschikt is om onevenwichtige effecten van schaarste aan woonruimte te bestrijden en dat de eigenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat overgangsrecht van toepassing was.
De last onder dwangsom blijft daarmee gehandhaafd en de eigenaar dient de onvergunde situatie te beëindigen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de huursters is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van de eigenaar ongegrond; de last onder dwangsom blijft gehandhaafd.