ECLI:NL:RBDHA:2022:1385
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens onvoldoende medische beperkingen bevestigd
Eiseres, voormalig kasmedewerkster, kreeg een Ziektewetuitkering vanwege pijnklachten aan haar linkervoet. Verweerder beëindigde deze uitkering per 9 mei 2020 op grond van een verzekeringsartsrapport dat stelde dat eiseres meer dan 65% van haar loon kon verdienen.
Eiseres betwistte de beoordeling en stelde dat haar medische beperkingen werden onderschat, met name vanwege hevige voetpijn en bijkomende knie- en rugklachten. Zij voerde aan dat verweerder het zorgvuldigheidsbeginsel had geschonden door geen onafhankelijke deskundige in te schakelen en dat de voorgestelde functies haar gezondheid zouden schaden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het advies van verzekeringsartsen heeft gevolgd, die de beperkingen objectief medisch hadden vastgesteld op basis van uitgebreid dossieronderzoek en medische onderzoeken. De klachten van eiseres zijn serieus genomen, maar onvoldoende onderbouwd om meer beperkingen aan te nemen.
Ook de arbeidsdeskundige functies bleken passend binnen de belastbaarheid van eiseres. De rechtbank concludeerde dat de beëindiging van de Ziektewetuitkering op goede gronden berust en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar Ziektewetuitkering is ongegrond verklaard.