ECLI:NL:RBDHA:2022:13906
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen bestuurlijke dwangsom bij inwilliging asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 15 september 2021. Nadat verweerder de aanvraag op 30 mei 2022 heeft ingewilligd, handhaafde eiser het beroep tegen het niet opleggen van een bestuurlijke dwangsom. De rechtbank overweegt dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND de toepassing van bestuursrechtelijke dwangsomregels op asielaanvragen uitsluit.
Eiser betoogt dat deze uitsluiting in strijd is met het Unierecht, met name het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, en verwijst naar eerdere jurisprudentie. De rechtbank volgt echter de recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die oordeelt dat het ontbreken van bestuurlijke dwangsommen niet in strijd is met het doeltreffendheidsbeginsel en het gelijkwaardigheidsbeginsel van het Unierecht, omdat een rechterlijke dwangsom mogelijk blijft.
Gezien het ontbreken van een procesbelang verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Wel veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €379,50, vanwege het recht op beroep tegen het niet-tijdig beslissen. De uitspraak is gewezen door rechter A.C.J. van Dooijeweert en griffier E.C. Jacobs.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet opleggen van een bestuurlijke dwangsom bij inwilliging van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard.