ECLI:NL:RBDHA:2022:13907
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 29 augustus 2021. Nadat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvraag op 21 juni 2022 heeft ingewilligd, heeft eiser het beroep gehandhaafd. De rechtbank overweegt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit daarmee geen procesbelang meer heeft.
De kernvraag is of eiser op grond van artikel 4:19 Awb Pro in beroep kan komen tegen de vaststelling dat hij geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd is. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit de toepassing van deze artikelen uit bij asielaanvragen, waardoor verweerder geen dwangsommen kan verbeuren.
Eiser betoogt dat deze wet in strijd is met het Unierecht, verwijzend naar eerdere uitspraken. De rechtbank volgt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die oordeelde dat de regeling niet in strijd is met het gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel, mede omdat rechterlijke dwangsommen nog mogelijk zijn.
Omdat eiser met het beroep niet kan bereiken wat hij wil, ontbreekt het procesbelang en verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank veroordeelt verweerder wel in de proceskosten van eiser wegens het niet tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.