ECLI:NL:RBDHA:2022:13908
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag na inwilliging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 27 september 2021. Nadat verweerder de asielaanvraag bij besluit van 15 juni 2022 heeft ingewilligd, handhaafde eiser zijn beroep. De rechtbank overweegt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen daarmee feitelijk is komen te vervallen, omdat het procesbelang ontbreekt.
Daarnaast stelt de rechtbank vast dat op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND de mogelijkheid tot het opleggen van bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvragen is uitgesloten. Eiser betoogt dat deze wet in strijd is met het Unierecht, met verwijzing naar eerdere uitspraken, maar de rechtbank volgt de recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak die het gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel bevestigt en de Tijdelijke wet niet in strijd acht met het Unierecht.
De rechtbank concludeert dat eiser geen procesbelang heeft bij het beroep tegen het niet opleggen van bestuurlijke dwangsommen. Daarom verklaart zij het beroep niet-ontvankelijk. Wel veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €379,50, vanwege het recht op beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.