ECLI:NL:RBDHA:2022:13912
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens uitsluiting bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 18 juli 2021. Nadat verweerder bij besluit van 13 juni 2022 de asielaanvraag heeft ingewilligd, handhaaft eiser het beroep. De rechtbank overweegt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen daarmee feitelijk is komen te vervallen.
De kernvraag is of eiser op grond van artikel 4:19 Awb Pro in beroep kan komen tegen de vaststelling dat geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd zijn. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit echter de toepassing van de artikelen 4:17 tot en met 4:19 en 8:55c Awb uit op asielaanvragen, waardoor verweerder geen bestuurlijke dwangsommen kan verbeuren.
Eiser betoogt dat deze uitsluiting strijdig is met het Unierecht, verwijzend naar een eerdere uitspraak. De rechtbank volgt de recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 30 november 2022, waarin is geoordeeld dat de regeling niet in strijd is met het gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel, mede omdat rechterlijke dwangsommen nog mogelijk zijn.
Omdat eiser met het beroep niet kan bereiken wat hij wil, ontbreekt het procesbelang en is het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €379,50, vanwege het recht op beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang door de uitsluiting van bestuurlijke dwangsommen.