ECLI:NL:RBDHA:2022:13938
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank stelt dwangsom vast wegens niet tijdig beslissen op bezwaren kinderopvangtoeslag
De Belastingdienst heeft op 28 april 2022 vier beschikkingen afgegeven met betrekking tot de compensatie en herbeoordeling van kinderopvangtoeslag over 2013 en 2014. Eiseres maakte op 9 juni 2022 bezwaar tegen deze beschikkingen. Nadat verweerder niet tijdig op deze bezwaren had beslist, stelde eiseres verweerder in gebreke en diende zij op 28 november 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en verklaart de beroepen gegrond. Verweerder is een dwangsom van € 1.442 verschuldigd voor de drie zaken gezamenlijk. Tevens wordt verweerder opgedragen binnen 10 weken na verzending van deze uitspraak alsnog te beslissen op de bezwaren.
Voor elke dag dat verweerder daarna nog in gebreke blijft, moet een dwangsom van € 100 per dag worden betaald, met een maximum van € 15.000. De rechtbank veroordeelt verweerder ook tot vergoeding van de proceskosten van € 379,50 en het betaalde griffierecht van € 150 aan eiseres.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de beslistermijn vooraf te verlengen bij vertraging door eiseres, omdat dit een onzekere toekomstige gebeurtenis betreft. De uitspraak is gedaan door rechter J. Schaaf en griffier H.J. Hovinga op 30 december 2022.
Uitkomst: Verweerder moet binnen 10 weken alsnog beslissen op bezwaren en betaalt een dwangsom wegens overschrijding beslistermijn.