ECLI:NL:RBDHA:2022:13941
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens Dublin-overdracht aan Italië
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 17 maart 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser op 19 februari 2022 illegaal Italië was binnengekomen. Italië werd verzocht de asielaanvraag over te nemen, en bij het uitblijven van reactie werd het verzoek geacht te zijn aanvaard.
Eiser voerde aan dat de situatie in Italië door politieke ontwikkelingen en een streng anti-immigratiebeleid zodanig is verslechterd dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt. Hij stelde dat overdracht aan Italië zou leiden tot indirect refoulement en dat individuele garanties nodig zijn dat hij in Italië een asielaanvraag kan indienen.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het vertrouwensbeginsel ten onrechte is toegepast. Zijn vrees voor verslechterde omstandigheden in Italië is gebaseerd op speculatie en onvoldoende onderbouwd. De informatie over de situatie in Italië ondersteunt niet dat asielaanvragen niet kunnen worden ingediend of behandeld. Daarom zijn individuele garanties niet vereist.
Subsidiair verzocht eiser om aanhouding van de zaak voor meer duidelijkheid over de situatie van teruggekeerde Dublinclaimanten in Italië, maar dit verzoek werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wegens Dublin-overdracht aan Italië is ongegrond verklaard.