ECLI:NL:RVS:2022:49

Raad van State

Datum uitspraak
10 januari 2022
Publicatiedatum
10 januari 2022
Zaaknummer
202107577/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArtikel 91 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-in-ontvangstneming asielaanvraag vreemdeling

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 20 september 2021 besloten om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 29 november 2021 het beroep ongegrond verklaarde.

De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze heeft overwogen dat de rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling is beantwoord in een uitspraak van 19 april 2021, betreffende de situatie in Italië voor Dublinclaimanten. Het aangehaalde rapport van Schweizerische Flüchtlingshilfe en borderline-europe van 10 juni 2021 bood geen wezenlijk ander beeld.

Verder oordeelde de Afdeling dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, zodat het hoger beroep ongegrond is verklaard. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

202107577/1/V1.
Datum uitspraak: 10 januari 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­-Hertogenbosch, van 29 november 2021 in zaak nr. NL21.14895 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 20 september 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 29 november 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.M. Walls, advocaat te Breda, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 19 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:881, over de situatie in Italië voor Dublinclaimanten). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat het door de vreemdeling aangehaalde rapport van Schweizerische Flüchtlingshilfe en borderline-europe van 10 juni 2021 geen wezenlijk ander beeld schetst van de situatie in Italië voor Dublinclaimanten dan uit de landeninformatie volgt die al bij voornoemde uitspraak van 19 april 2021 is betrokken.
2.       Voor het overige leidt het hoger beroep evenmin tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
3.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. J.H. van Breda, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.
De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
w.g. Verbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2022
574